Het kerstweekend
Het vriendenkerstweekend begon broos. Het regende pijpestelen en het idee om een ganse dag te wandelen in de Hoge Venen maakte mij niet erg enthousiast. Zoals dikwijls bij gebeurtenissen waar ik lang naar uitzie, was het enthousiasme op de dag zelf onder nul. Dat heb ik evengoed de nacht voor ik op reis vertrek of voor een bijzondere vakantie. Om het gebrek aan enthousiasme nog te versterken kwam plots een vreemde drang tot opruimen in mij op.
Bart belde om mij te verwittigen dat hij het afgesproken uur niet zou halen. Ondanks zorgvuldige planning en zijn oprechte zorg om stipt te zijn, bleek de traiteur waar hij het vlees besteld had – een gourmet van gevogeltje, vis en wild, - lang niet zo stipt in zijn afspraak. Er stond Bart niets anders te doen dan de wachten.
Dus ook wachten voor mij. Ik maakte mijn koffer, zette de matras reeds in de gang en zag hoe ik 2 mandenvol cadeautjes had. Het eerste enthousiasme kreeg vuur.
Toen we eindeljk – met vlees en al – bij de gastvrouw aankwamen wisten we allemaal dat deze dagen schitterend zouden worden. De kerstfsfeer in Veerles huis was betoverend. In zo’n huis kon niets de magie van Kerst storen.
Aangezien plan A , de hoge Venen dus, een
mission impossible was, moesten we nog een tweede plan bedenken. Hard werd er niet nagedacht, want na enige tijd zaten we toch weer traditiegetrouw te spelen, het bouwen van een villa die nog brozer dan de toren van Pisa bleek.
De eerste pakjes werden uitgedeeld. Minipakketjes van de gastvrouw. Met zorg en met vooral veel aandacht voor detail en esthetiek, een bijzonder potlood waar een metalen mannetje op naar hoog klom. Ik wist onmiddellijk dat ik het nooit zou durven gebruiken en ik er alleen maar genietend op mijn bureau zou naar zitten kijken.
Het kerstmaal hadden we in een afgelegen restaurantje ‘Baron van Zon’. Ik genoot van een slaatje met verse paddestoelen, maar keek toch jaloers naar Jeroens groentenlasagne. De zin om te koken bekroop mij weer. Groenten, groenten en nog eens groenten, als het aan mij lag kwam er nooit vlees op tafel. We zetten onze tocht verder richting Mechelen om eindelijk te weten te komen of onze vooroordelen over mannen en vrouwen waar waren of niet. Het was echter tegen de logica van Technopolis gerekend, want die wilden maar werken tot 17 uur !
Uiteindelijk arriveerden we terug op onze thuisbasis. Het eten was voortreffelijk, maar bovenal was het genieten van elkaar, van het elkaars gezelsschap, de rust van het huis, de kaarsjes en kleine lichtjes overal, de duisternis buiten en het zachte licht binnen.
‘Vrienden’ en ‘gezelligheid’ waren ook het thema van de cadeautjes die ik kreeg : een hele reeks video’s van Jamie Oliver (joepie), een heuse wokpan en uiteraard een wokkookboek.
Na al dat leuks werd het tijd om alle matrassen bijeen te leggen en te kijken naar
‘The Muppets Christmas Carol’.
We zaten maar net in onze pymama toen Bart het benauwd kreeg en zieker en zieker werd. Zijn allergie aan de kleine jaloerse bewoners van het huis werd hem teveel. Het huis van Veerle is immers ook een kattenhuis en aangezien die katten overal mogen en alles mogen is hun aanwezigheid dan ook allesoverheersend. Voor mensen die het niet zo op katten hebben – ik dus ook ! – is het een kwestie van hardnekkig alle zintuigen af te sluiten voor alles wat met deze harige beestjes te maken heeft, maar voor Bart mocht het niet baten.
Er zat maar één ding op : in pyama mét matras de auto in en door de nacht heen naar mijn biotoopje rijden dat volledig katvrij is. De katten hadden het gehaald. Zij hadden hun territorium herwonnen, maar zeker niet ons humeur.
Bart sliep als een stille engel bij mij, bewegingsloos en geluidloos lag hij in de zetel.
Ik had mijn eigen bed, en niets kon mijn nacht nu nog stelen.
kaat